Heel lang geleden was er eens een klein meisje dat zo arm was dat ze altijd op blote voetjes moest lopen. Toen haar moeder stierf kwam Karin, zo heet het meisje, in huis bij een lieve oude dame. Dat vond ze erg fijn. Ze kreeg nieuwe kleren en voor het eerst ook nieuwe schoentjes. Een rijke schoenmaker uit de stad maakte voor haar prachtige rode lakschoentjes. p een zondag ging ze met haar nieuwe rode schoentjes naar de kerk. Alle mensen keken ernaar. “Rode schoentjes? In de kerk?” zeiden ze tegen elkaar. Dat vonden ze helemaal niet zoals het hoorde. Vóór de kerk stond een soldaat met een lange baard. Hij hield niet van ijdele meisjes en zei: “Ahum. Het zijn mooie dansschoentjes, maar het is niets voor in de kerk. Daar moet je mee dansen.”
Bron: YouTube kanaal Sprookjesverhalen


