Er was eens een arme molenaar. Zijn vrouw was gestorven, maar hij had nog een lieve dochter. De molenaar wilde graag dat zijn dochter niet meer in armoede zou leven. Op een dag kwam de koning naar het dorp van de molenaar op zoek naar een vrouw. De arme man greep zijn kans. “Majesteit! Is mijn dochter niet prachtig?” En hij verzon erbij dat zijn dochter goud kon spinnen van stro. Daar zou de koning vast blij van worden. De volgende dag werd het meisje ontboden op het paleis. Direct werd ze naar een kamertje gebracht waar een spinnewiel stond en een baal stro. “Je hebt tot morgenochtend de tijd om van dat stro goud te spinnen. Lukt je dat niet, dan zul je voor altijd opgesloten blijven.”
Bron: YouTube kanaal Sprookjesverhalen


